DE
RIAGG-CULTUUR
De organisatie in de
Riagg’s is hiërarchisch gerangschikt. Aan de top staat een
directeur die leiding geeft aan een aantal afdelingen. De
hoofden van de afdelingen vormen samen met de directeur het
Riagg-management. De volwassenenzorg is meestal onderverdeeld in
twee afdelingen: Sociale psychiatrie met een hulpaanbod voor
mensen met (psycho)sociale en/of psychiatrische problemen en
Psychotherapie die zich voornamelijk richt op diepgravende,
inzichtgevende therapieën. Daarnaast bestaat er een afdeling
Jeugdzorg. De medewerkers die zich bezighouden met de preventie
van psychische problemen en met de vernieuwing van de
hulpverlening zijn in sommige Riagg’s wel en in andere niet
ondergebracht in een aparte afdeling naast de
hulpverleningsafdelingen. In een paar Riagg’s bestaat een aparte
afdeling voor de hulpverlening aan vrouwen. Voor acute problemen
bestaat er een 7x24-uursdienst. De grotere afdelingen zijn
onderverdeeld in diverse teams; aan het hoofd daarvan staan
teamcoördinatoren. Daarnaast bestaan in de Riagg’s tal van - al
dan niet tijdelijke - teams, commissies en overlegorganen die
onder leiding staan van speciaal daarvoor aangewezen
functionarissen. Tevens zijn er vele zogeheten
aandachtsfunctionarissen voor specifieke cliëntgroepen, zoals
aids-patiënten, migranten en politieke vluchtelingen.
Dubbeldenken
De meeste
Riagg-medewerkers hebben meerdere functies. Vaak zijn de
taken die horen bij de ene functie niet verenigbaar met die
van een andere. De ingewikkelde, meervoudige
organisatiestructuur dwingt de Riagg-medewerker om zijn
taken in de verschillende teams, commissies of
overlegorganen strikt gescheiden te houden. Dit levert soms
opmerkelijke situaties op. Hieronder een voorbeeld,
rechtstreeks aan de praktijk ontleend:
Een medewerker is
in team A ondergeschikt aan een collega en in team B de baas
van diezelfde collega. In zijn ondergeschikte positie krijgt
hij van zijn collega een opdracht die hij liever niet
uitvoert. In team B kan hij als baas van die collega
diezelfde opdracht ongedaan maken.
De organisatie
legitimeert wat George Orwell in zijn roman Nineteen
eighty-four 'dubbeldenken’ noemt:
Dubbeldenken is
het vermogen om er in de geest tegelijkertijd twee
tegenstrijdige overtuigingen op na te houden en ze allebei
te aanvaarden. Het moet een bewust proces zijn,
anders zou het niet nauwkeurig genoeg zijn, maar het moet
ook een onbewust proces zijn, anders zou het een gevoel van
bedrog en schuld met zich meebrengen.”
Nog een
praktijkvoorbeeld van 'dubbeldenken':
Een medewerker
laat zich in zijn functie als hulpverlener kritisch uit over
een cliëntonvriendelijke maatregel. Naast hulpverlener is
hij ook afdelingshoofd en neemt in die functie deel aan het
centrale Riagg-management. Het Riagg-management besluit de
maatregel in te voeren. Als afdelingshoofd verdedigt hij nu
tegenover zijn collega’s dezelfde maatregel waar hij als
hulpverlener op tegen is.
'Dubbeldenken'
geeft ook wel eens aanleiding tot hilariteit: om zich uit
zijn functieverwarring te redden, antwoordde een medewerker
eens aan zijn naaste collega’s op een doodgewone vraag vlak
en toonloos: "Geen commentaar”. Grimmiger was de vermaning
van de directeur aan een medewerker om "een beetje
schizofreen te leren denken".
Riagg-taal
Een verknipte
organisatie als de Riagg werkt een troebele communicatie in
de hand: de Riagg-taal is omslachtig, ondoorzichtig, dor en
onpersoonlijk. Het is een taal op zichzelf die voor
buitenstaanders nauwelijks is te volgen en die het gebrek
aan communicatie en visie in de Riagg’s camoufleert. De taal
is ver verwijderd van concrete onderwerpen die er in de
hulpverlening werkelijk toe doen, is niet in de
werkelijkheid verankerd en spreekt niet tot de verbeelding.
Bijzaken worden
verward met hoofdzaken. Gebeuzel met beleid. Gemakkelijke
dingen worden moeilijk gemaakt. En moeilijke dingen worden
nóg moeilijker gemaakt ofwel - in Riagg-taal -
'geproblematiseerd'. Teksten hebben vaak kop noch staart.
Een heldere analyse, een duidelijke visie en ondubbelzinnige
conclusies zal men in de Riagg’s zelden op papier
aantreffen.
Lees meer
over de in de ggz gebezigde taal plus voorbeelden op de
webpagina
Het onbegrijpelijke jargon in de
ggz.
Papier hier!
In de Riagg’s
leggen de medewerkers zo goed als alles op papier vast.
Dagelijks worden er stapels formulieren ingevuld,
beleidsnota’s, concepten, pro memories en
prioriteitenlijsten opgesteld, verslagen en aantekeningen
gemaakt en agenda’s samengesteld. Van iedere vergadering, al
is die nog zo onbeduidend, worden notulen gemaakt. Wat niet
opgeschreven is, bestaat niet. Iedere medewerker krijgt niet
alleen alle verslagen, beleidsnota’s, notulen, concepten
enzovoort van zijn eigen afdeling in zijn postvak, maar ook
de paperassen van alle andere afdelingen. Daarnaast vindt
hij dagelijks in zijn postvak nieuwe aankondigingen van
cursussen, workshops, seminars, studiedagen en
bijeenkomsten, folders over nieuwe hulpverleningsmethoden,
preventieprojecten en samenwerkingsverbanden, mailings van
andere Riagg’s, de vereniging van Riagg’s en
opleidingsinstituten, en berichten over activiteiten in tal
van andere instellingen in de geestelijke gezondheidszorg.
Dit alles in Riagg-taal en doorspekt met afkortingen. Door
de grote hoeveelheden papier in veelal onbegrijpelijk
hulpverlenersjargon devalueert het geschreven woord. Men
gaat onzorgvuldig lezen. Of leest helemaal niet meer.
Commissies
In de Riagg’s
bestaat voor iedere activiteit wel een commissie of
overlegorgaan. Zelfs voor de meest onbenullige
huis-tuin-en-keukenzaken wordt nog een commissie in het
leven geroepen. Een voorbeeld uit de praktijk:
De directeur
vraagt een medewerker om de gangen in de Riagg wat op te
fleuren met leuke posters. Zo gezegd, zo gedaan. Al spoedig
zijn er een paar posters verdwenen. Sommige
Riagg-medewerkers vinden die niet mooi. Zij zijn van mening
dat zij bij dit initiatief betrokken hadden moeten worden.
Voor de wandversiering moet een commissie komen, zo luidt
het. Er wordt vervolgens een zogeheten Welstandscommissie in
het leven geroepen. Die krijgt er - naast de wandversiering
- nog een paar taken op het gebied van het interieur bij.
Uit iedere afdeling dient een afgevaardigde in de commissie
zitting te nemen.
Maar dan zijn we
er nog niet... Een citaat uit de notulen van de
directievergadering (met fictieve namen):
“Sandra meldt dat
de Welstandscommissie compleet is met uitzondering van
iemand van de afdeling PT. Nico is van mening dat de
Commissie eerst een duidelijke opdracht dient te hebben
alvorens personen voor de Commissie geleverd worden. Alida
maakt een taakomschrijving.”
Enige weken later staat de kwestie opnieuw op de agenda van
de directievergadering: “Concepttaakomschrijving
Welstandscommissie. Alida zal de tekst conform de gevoerde
discussie aanpassen.” Enzovoort, enzovoort.
En dit alles naar
aanleiding van een paar posters.
Creatief boekhouden
De Riagg’s dienen
aan de zorgverzekeraars verantwoording af te leggen over de
activiteiten die er worden uitgevoerd. Daarom is iedere
Riagg-werknemer verplicht om dagelijks per tijdseenheid te
registreren wat hij die dag gedaan heeft - in sommige
gevallen zelfs per iedere tien minuten. De medewerker moet
bijvoorbeeld aangeven hoe lang een contact met een cliënt
duurde, wat de 'setting’ van dat contact was (individueel of
niet), waar het contact plaatsvond en wat de aard van dat
contact was, dat wil zeggen: ging het om een 'intake',
om een 'begeleidend gesprek’, om een 'preventieve
ingreep’, om een 'behandeling', enzovoort. Van de overige
activiteiten dient hij na te gaan of die vallen in
categorieën als 'signaleren en doorgeven',
'beleidsontwikkeling’' 'verslaglegging’' 'overleg’,
'voorlichting’' 'consultatie', 'netwerkontwikkeling'
en dergelijke. Beslist geen elkaar uitsluitende
categorieën...
Tussendoor steeds
aantekeningen van de tijdsbesteding maken, is voor de
werknemer lastig. Om aan het eind van de dag nog te
registreren hoeveel tijd hij aan wat besteed heeft, is ook
ondoenlijk. Hij is moe, hij wil naar huis. Hij is al bekaf
van het voortdurende getouwtrek in de organisatie, van de
noodzaak om over iedere daad, ook al is die nog zo
onbeduidend, aan Jan en alleman verantwoording af te leggen.
Stapels lijsten moet hij per dag invullen. Zo’n
registratiesysteem wekt alleen maar extra irritatie op. Het
is dan ook geen wonder dat lang niet alle Riagg-medewerkers
hier een gewetenskwestie van maken. Of dat sommigen er
gewoon de hand mee lichten. Iemand die een half uurtje
lekker met een collega heeft zitten kwebbelen, noteert drie
maal tien minuten 'signaleren en doorgeven’' `Creatief
boekhouden’ noemen de Riagg-medewerkers dat.
Het volgende
voorval is ontleend aan de praktijk:
Er was eens een
heel erg 'creatieve' medewerker. Zijn vlijt was overdreven
en niet meer geloofwaardig. Hij werd op het matje van de
boekhouder geroepen. "Ga jij nooit eens naar het toilet of
eet jij nooit eens een boterhammetje?" vroeg de boekhouder.
De boekhouder maande de medewerker vervolgens tot een
realistischer weergave van zaken, niet omdat hij zelf tegen
'creatief boekhouden’ was - want dat deed iedereen - maar
omdat overdreven productiecijfers de argwaan van de
financiers zouden kunnen wekken.
Soms voeren alle
medewerkers uit een afdeling systematisch uren op voor
werkzaamheden, die in die afdeling in werkelijkheid niet of
nauwelijks worden verricht. Dit om die werkzaamheden en de
daarbij behorende geldpot van een andere afdeling af te
troggelen. Als hierover ruzie ontstaat, komen de 'officiële’
productiecijfers op tafel, de 'berekeningen’, de
'statistieken’ en de 'tabellen’.
De laatste jaren
is er een enorme toeloop van cliënten. De productiecijfers
van de Riagg’s zijn indrukwekkend. Het is voor de financiers
echter onmogelijk om op grond van deze cijfers vast te
stellen wat de Riagg-medewerkers nu eigenlijk precies doen.
Het aantal gedraaide uren zegt niets over de inhoud van het
werk. Maar misschien wel iets over de creativiteit van de
boekhouding...?
Hogedrukketel
Het Riagg-systeem
van belangenverstrengelingen en -tegenstellingen biedt de
medewerker legio mogelijkheden om de verantwoordelijkheid
van zich af te schuiven, zich niet aan afspraken te houden,
een verdeel-en-heersstrategie te voeren, de besluitvorming
te traineren of te blokkeren en eenmaal genomen besluiten
terug te draaien. Om zo’n systeem overeind te houden zijn
steeds meer en steeds strakkere regels, voorschriften,
procedures, protocollen en gedragscodes nodig. De Riagg’s
worden hogedrukketels. De emoties vloeien niet af, maar
blijven tussen de muren broeien. Dit is verstikkend. Op de
meest onverwachte plekken ontstaan ontstekingshaarden of
explosies. Hierover kan niet gesproken worden zonder te
verzanden in discussies en twisten over regels,
voorschriften, procedures, protocollen, gedragscodes en
onderlinge machtsbetrekkingen: wanneer is welk reglement
door wie uitgevaardigd, wie heeft daarop een tegennota
ingediend, welke procedure is sinds wanneer van kracht, wie
is de baas over wie?
Gefluister en
gekonkel in de gangen en de kantine. Kliekjes worden gevormd
en vallen weer uit elkaar. Studiedagen worden belegd om de
ruzies uit te praten. Daarover wordt weer vergaderd.
Terugkerende rituelen.