In
Saar Roelofs' boek
Niet storen
uit 1997
wordt aan de hand van de vakliteratuur, dossieronderzoek en
eigen observaties (als afdelingshoofd, onderzoeker & gedragstherapeut in de
ggz)
de status quo van de instellingen voor ambulante ggz uit die tijd beschreven
.
Hieronder volgt
enkele passages uit Niet storen
over het troebele taalgebruik in de ggz.
Gezien het
commentaar van
de
Volkskrant op het rapport Blijvend
nabij van de Nederlandse ggz dd 12 augustus 2026 zijn deze passages nog steeds
actueel.
Het jargon in de ggz
De taal in de ggz is omslachtig, ondoorzichtig, dor en
onpersoonlijk. Het is een taal op zich die voor buitenstaanders
nauwelijks is te volgen en die het gebrek aan communicatie en visie
in de ggz camoufleert. De taal is ver verwijderd van concrete
onderwerpen die er in de hulpverlening werkelijk toe doen, is niet
in de werkelijkheid verankerd en spreekt niet tot de verbeelding.
Een voorbeeld
Een passage uit deel 3 van
Niet storen over
jargon m.b.t. de de zorgvernieuwing in de ggz anno 1995.
De terminologie is
afkomstig uit een dubbeldik themanummer van het
Maandblad Geestelijke volksgezondheid
(Mgv) uit 1995 over 'zorgvernieuwing’.
Het
doel van de `zorgvernieuwing’ is het op gang brengen van een
reorganisatie in de geestelijke gezondheidszorg. Die instellingen
die de zorg voor de chronisch psychiatrische patiënten dragen,
zouden soepeler moeten gaan samenwerken. Om die reden wordt door de
betrokken instellingen - de psychiatrische ziekenhuizen, de
psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen, de Riagg’s, de
beschermde woonvormen en de dagactiviteitencentra - soms tot een
fusie besloten. Zorg op maat
is het devies, dat wil zeggen: de hulpverlening dient afgestemd te
worden op de noden, wensen en mogelijkheden van de individuele
cliënt.
Beleidsretoriek
'Zorgvernieuwing’ is een bijzonder
lofwaardig streven. Helaas worden er weinig resultaten geboekt.
Pogingen om de zorg te vernieuwen zijn veel te nadrukkelijk op de
organisatie van de geestelijke gezondheidszorg gericht en hebben
zelden te maken met de inhoudelijke kant van de hulpverlening.
Daarmee is 'zorgvernieuwing’ vooral het domein van de
beroepsvergaderaars. Over 'zorgvernieuwing in de regio',
'zorgvernieuwingsprojecten’ en het 'zorgvernieuwingsfonds’ worden
vele congressen, studiedagen, symposia, seminars, themamiddagen en
conferenties gehouden - op de hei, in de bossen of aan zee. Aan het
daaruit voortvloeiende beleidsproza komt echter geen cliënt te pas.
'Zorgvernieuwingen'' zijn bijvoorbeeld:
'casemanagement', 'substitutie',
'multifunctionele eenheden', 'circuitvorming', 'functionele
integratie’' 'deconcentratie’ 'fusieprocessen', 'gereguleerde
concurrentie' en 'deïnstitutionalisering'. Van belang daarbij zijn:
het 'besturingsinstrumentarium’ 'het randvoorwaardelijk debat', 'de
organisatorische en functionele kaders', 'de territoriaal-gestuurde
zorg', 'de circuit-gestuurde regio’s', 'het dominante
sturingssysteem', 'de 5% regelvrije ruimte', 'de geïntegreerde
lijnorganisatie', 'de infrastructurele voorzieningen', 'de
marktfuncties' en 'het incrementeel beleid'. Dit alles met het oog
op 'doelmatigheidsbevordering'.
Een hulpverlener over dit proza:
Eerst lees je
het. Maar je snapt het niet. Dan lees je het nog eens, want je
wilt bij de tijd blijven. Maar je snapt het nog steeds niet. Dan
denk je:'O, wat zijn die mensen knap!' En dan ga je je afvragen:
'Ben ik nou zo dom? Ik ben vast te oud. Ik kan het allemaal niet
meer bijbenen.' Dan laat je het maar eens een tijdje liggen. En
als je het dan drie maanden later nog eens leest dan denk je:
'Dit is gebakken lucht!'
Het nieuwe van de
zorgvernieuwing lijkt tot nu toe voornamelijk neer te komen op
een uitbreiding van het vergaderjargon met de meest actuele
terminologie uit de wereld van het management. Een
evaluatieonderzoek door het Trimbos-instituut leert dat de
zorgvernieuwingsprojecten veel onrust, onzekerheid en spanningen
binnen de betrokken instellingen teweegbrengen, maar geen
vernieuwing van zorg.
Wolf, J. (1995). Zorgvernieuwing
in de GGZ. Evaluatie
van achttien zorgvernieuwingsprojecten. Utrecht:
Trimbos-instituut
Waar is de patiënt?
De emeritus hoogleraar
psychotherapie, Dries van Dantzig, reageert met een ingezonden als
volgt op het bovengenoemde dubbeldikke nummer van het MGv:
In het eerste jaar van
mijn medicijnenstudie vertelde de hoogleraar plantkunde, een
veldbioloog, een anekdote over een dame die een laboratorium
voor plantkunde bezocht. Zij werd rondgeleid langs de apparaten,
de kokende kolven, de tikkende klokken, de elektrische
weegschalen, de wijzerplaten, en toen aan het eind van de
wandeling de rondleidende hoogleraar haar vol verwachting
aankeek, zei zij zachtjes: 'Maar professor, waar is de plant?'
Ik kwam hierop, omdat ik uw dubbeldikke nummer over
zorgvernieuwing had gelezen. Het trof mij namelijk, dat in geen
van die verhalen over de belangrijke processen die blijkbaar in
dit tijdsgewricht de GGZ doortrekken, mij iets verteld werd over
wat die Vernieuwing teweegbrengt aan verbetering in het lot van
een patiënt, die met deze vernieuwde zorg behandeld wordt.
Natuurlijk geloof ik iedereen op zijn woord, maar toch kreeg ik
na lezing van deze uiteenzettingen de neiging om, zachtjes, want
beschaamd over mijn lekenstatus op dit gebied, te vragen: 'Maar
collega’s, waar is de patiënt?’
Lees meer
over de gang van zaken in de ggz op de webpagina
De cultuur in de ggz.
Nog steeds actueel
Op 12 augustus 2026 verscheen het rapport
van de Nederlandse ggz
Blijvend
nabij
over hoe
de zorg
voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen
kan worden verbeterd.
Het
hoofdredactioneel commentaar van
de
Volkskrant levert
kritiek op het ggz-jargon. Hieronder een paar citaten:
Uit de
aanbevelingen: ‘Investeer parallel in de negen versterkende
bouwstenen om het systeem optimaal te laten functioneren (...)
Zonder gezamenlijke Wmo + Zvw-financiering blijven
OGGZ-bemoeizorg en FACT gescheiden door een overdrachtskloof
waarin cliënten uit beeld raken, en blijven de achttien
Movisiebouwstenen in paragraaf 7 een ambitie zonder
uitvoeringsbasis.’
Een
mogelijke oplossing van de rapporteurs: ‘Pilot de
lumpsumberekening in minimaal vijf representatieve, gespreide
regio’s via MKBA-methodiek. Sluit aan op bestaande
Companenfactsheets per woondealregio.’
Misschien begrijpt iedereen binnen de ggz wat daar staat, maar
het wekt toch de indruk van een instelling die zelf ook door de
bomen het bos niet meer ziet. Op deze manier gebracht is dit
geen heldere uitnodiging aan de politiek om in actie te komen.
Meer
praktisch info over de ggz-hulp